Meubelfabriek ,,NEDERLAND''

J.A.HUIZINGA

Westersingel - Groningen

'...ergens waar hij werken kan....'

 

 

Strikt genomen begint de carrière van Jacobus 'Ko' Abraham Huizinga als meubelmaker en vooraanstaand meubelfabrikant met een brief van 21 augustus 1874 van zijn oom en naamgenoot Jacobus Huizinga, waarin deze aan de vader van Ko de aanbeveling doet hem 'niet weer naar eene school, maar naar eenig handwerk te zenden'. Om vervolgens in een brief van 17 oktober 1875 te schrijven: 'Druk gesprek over de zeer door mij aanbevolen plaatsing van Ko ergens waar hij werken kan'.

 

De aanbeveling van oom Jacobus komt voort uit de gedeelde zorg tussen hem en zijn broer Juriaan (de vader van Ko) over de toekomst van de dan dertienjarige jongeling. Welke opleiding Jacobus Abraham tot zijn negentiende heeft gevolgd is vooralsnog een hiaat, maar op 20 mei 1880 wordt hij uit het Gronings bevolkingsregister uitgeschreven omdat hij in Amsterdam een opleiding voor meubelmaker gaat volgen. Hij loopt stage bij meubelfabrieken in Nederland en België en verblijft in de jaren 1888 en 1889 in Avignon, Marseille, Toulouse, Montpellier, Bordeaux, Nantes en langere tijd in Parijs. In die laatste stad is hij getuige van de opbouw van de Wereldtentoonstelling, ziet de Eiffeltoren verrijzen en brengt meerdere bezoeken aan de diverse expositiehallen.

 

Dankzij de bemiddeling van Irene Maas (die een genealogie-website onderhoudt over het geslacht Huizinga, vooral toegespitst op 'oom Jacobus', die doopsgezind predikant was op Texel) kwamen de samenstellers van de tentoonstelling in het Veenkoloniaal Museum in contact met de weduwe Catharina Boot-Senf, die via de tak van de predikant verwant is aan de Huizinga's. Haar echtgenoot Johannes 'Hans' Boot heeft -mede met materiaal uit de nalatenschap van de in 2001 overleden enige dochter van Jacobus Abraham- over 'onze' meubelfabrikant een kloek en zorgvuldig gedocumenteerd album samengesteld. Daarnaast heeft de familie Boot-Senf uit de nalatenschap een bundel correspondentie verworven, zijnde brieven die Jacobus Abraham uit zijn stageplaatsen aan zijn vader en zusters schreef. Een unieke en tot dan onontdekte bron, die een beeld geeft van Jacobus in de aanloop naar het moment dat hij zich in Groningen als meubelfabrikant vestigt. De bron is ook daarom interessant omdat het een primaire bron betreft en het vooralsnog de enige bron is die iets zegt over de persoon van Jacobus en zijn beweegredenen om zich in het meubelmakersvak te bekwamen. Van latere correspondentie tot aan zijn overlijden in 1937 -inclusief het bedrijfsarchief- is tot op heden slechts 'een enkele snipper' te traceren.

 

Relevant voor de rehabilitatie van de meubelfabriek is of het een herwaardering betreft van de fabriek en haar producten, dan wel van de persoon Huizinga als ontwerper. Anders gezegd: verdient Huizinga een plek (terug) binnen het canon van vooraanstaande Nederlandse meubelontwerpers rond 1900, die de nadruk legden op het ontwerpen van eenvoudige meubels met duidelijke constructies zoals Hendrik Petrus Berlage, Willem Penaat, Jac. van den Bosch en Karel de Bazel?

 

 

pagina 1 >->>

Of was hij in de eerste plaats meubelfabrikant en slechts een middelmatig en conventioneel ontwerper, die zijn voorkeur voor een sobere, rationalistische vormgeving door meer getalenteerde ontwerpers als Sanders en Kort liet uitwerken? En oefende hij als artistiek leider -en zo ja in welke mate- enige invloed uit op die ontwerpen, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Berlage en Penaat? Juist hier wreekt zich het ontbreken van primaire en ook secundaire bronnen uit de tijd van zijn actieve loopbaan en dient de rehabilitatie daarom in eerste instantie toegespitst te worden op de producten van de 'Nederland' die ontworpen en vervaardigd zijn in de 'moderne stijl', en de prominente positie die de fabriek binnen die stijl innam.

 

Bestudering van de reisbrieven -toegespitst op de vraag of Jacobus zich bezig hield met de vormgeving van meubels en/of de vervaardiging ervan- levert de conclusie op dat zijn belangstelling in de eerste plaats de vervaardiging ervan betrof. Weliswaar gaat hij bij allerlei kleine meubelmakers in de leer, maar zijn ambitie en zoektocht richten zich op de machinale vervaardiging van meubels. Ook bezoekt hij veel musea, beurzen en tentoonstellingen, maar daar gaat zijn belangstelling uit naar de klassieke meubels en dan met name naar de kwaliteit ervan. Over de schoonheid van het meubel zegt hij weinig, over de kwaliteit van de houtsoort, de bekleding en de constructie des te meer.

 

De intentie en pretentie van deze website wil echter niet zijn 'het' verhaal van Jacobus Abraham Huizinga en zijn meubelfabriek te vertellen, maar met dat verhaal een eerste begin te maken. Laten we daarom dat begin beginnen met passages uit de Franse brieven van 1887/88/89, om een idee te krijgen van een nieuwsgierige en ambitieuze jongeman die zich -in een turbelente wereld die bol staat van technologische vernieuwingen- een weg zoekt naar een toekomst.