Meubelfabriek ,,NEDERLAND''

J.A.HUIZINGA

Westersingel - Groningen

De gestippelde strik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kijken we naar de portretfoto van Jacobus Abraham Huizinga, van rond 1895. Wat zien we? Een jongeman van voor in de dertig, die ons zelfverzekerd en zelfs een tikje uitdagend aankijkt. De kin licht omhoog, in de ogen een zweem van humor. Achter de afhangende snor gaat een mond schuil die met de vastberaden trek het beeld completeert van een man die voornemens is het te gaan maken. Zo'n blik van: 'Wie doet me wat?' Jacobus is op dat moment al een paar jaar actief als meubelfabrikant en is inmiddels gevestigd in het monumentale pand aan de Westersingel, waar tientallen werknemers voor hem aan het werk zijn.

 

Een opvallend element op de foto is natuurlijk de gestippelde strik. Juist met het dragen van de strik met stippels wil Jacobus zich een man van de wereld tonen. Hij heeft dan ook van 1880 tot 1889 door Nederland, België en Frankrijk gezworven om zich de stiel van meubelmaker én fabrikant eigen te maken. Hij heeft, kortom, op zijn manier iets van de wereld gezien.

Uit de brieven die hij in die jaren naar zijn vader en zusters stuurt, blijkt dat hij in het algemeen geniet van de plaatsen waar hij verblijft. Vooral over Parijs schrijft hij met veel enthousiasme en mogelijk dat het dragen van de gestippelde strik verwijst naar die onbevangen en wat frivole tijd die in 1895 alweer jaren achter hem ligt.

 

Feit is dat hij met het dragen van die gestippelde strik een uitzondering lijkt te zijn binnen de wereld van grote ondernemers destijds in de stad Groningen, generatie- en leeftijdgenoten van Jacobus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kijken we bijvoorbeeld naar portretfoto's van Willem Albert Scholten (rechtsonder), Albert Fongers (linksonder), Ruurt Hazewinkel (rechtsboven) en Hero Jan Hooghoudt (linksboven), dan dragen zij allen -naar de conventie van die jaren- een zorgvuldig gestrikte das.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander aardig detail op de foto van 1895 is het lokje haar dat boven het linkeroor van Jacobus weerbarstig uit het kapsel piept. Of hij is het zich tijdens de fotosessie en/of de afname van de foto niet bewust geweest, of het paste in de air van zorgvuldige nonchalance die hij wilde uitstralen: 'M'n haar zit niet goed. Soit. M'n kuif ook niet. En m'n snor waait ook alle kanten op.' In ieder geval heeft hij niet de moeite genomen het lokje op de foto te laten retoucheren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Die das zou Jacobus later ook gaan dragen. Op een familiefoto van 1907 zien we hem nog met de gestippelde strik -en de blik nóg zelfverzekerder-, maar zoetjesaan wordt hij een gesettelde ondernemer en schikt hij zich -in ieder geval op de foto's- naar de conventie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op een portretfoto van 1934 is er van de flamboyante man van 1895 niets meer over, maar zien we een wat knorrig ogende oude heer die zich over het leven verder geen illusies meer lijkt te maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

<<-< pagina 2 >->>