Meubelfabriek ,,NEDERLAND''

J.A.HUIZINGA

Westersingel - Groningen

 

 

Een praktische reden om over te gaan op fabrieksplaatjes ter vervanging van de sleutels, is natuurlijk ook dat de plaatjes veel duurzamer zijn. Een sleutel kan zoek raken; een plaatje zit met vier nagels stevig verankerd in het meubel. Ze waarborgen daarmee -ook letterlijk- de authenticiteit van een meubel van Huizinga.

 

Resumerend: Meubels met het eerste type sleutel en zonder fabrieksplaatje zijn in 1890 of 1891 gemaakt. Meubels met het tweede type sleutel en zonder fabrieksplaatje zijn ergens rond 1892 vervaardigd. Meubels met het merkplaatje 'Meubelfabriek Nederland J.A. Huizinga Westersingel Groningen' zijn in ieder geval ná 1892 gemaakt. Tot op heden zijn geen meubels getraceerd waarin én een fabrieksplaatje is aangebracht én die daarnaast ook over gemerkte sleutels beschikken.

 

In 1930 wordt de onderneming van J.A. Huizinga omgezet in een naamloze vennootschap. De fabrieksplaatjes krijgen dan de vermelding 'Meubelfabriek Nederland J.A. Huizinga N.V. Westersingel Groningen'. Eind 1938 verhuizen alle activiteiten naar de Vismarkt en wijzigt de tekst in 'Meubelfabriek Nederland J.A. Huizinga N.V. Vischmarkt 18 Groningen'.

In 1955 fuseert de fabriek van Huizinga met de firma Rodenberg en gaat verder als 'Huizinga & Rodenberg'. Volgens mondelinge bron zijn er vanaf dat moment geen merkplaatjes meer in de meubels aangebracht.

 

<<-<- pagina 2 >->>

 

 

Resumerend: Meubels met het merkplaatje 'Meubelfabriek Nederland J.A. Huizinga N.V. Westersingel Groningen' zijn dus gemaakt tussen 1930 en 1938. Meubels met het merkplaatje 'Meubelfabriek Nederland J.A. Huizinga N.V. Vischmarkt 18 Groningen' zijn vervaardigd tussen 1938 en 1955.

 

Meubels met een van de drie types fabrieksplaatjes zijn dus relatief eenvoudig te dateren. Heeft het meubelstuk een fabrieksplaatjes met de naam Huizinga, dan is het ook een Huizinga-meubel (vervalsingen daargelaten; het is uit eigen waarneming bekend dat een niet nader te noemen stoffeerderij Huizinga-meubels die ze binnen kreeg voor herstoffering, van het fabrieksplaatje ontdeed om die vervolgens op een niet-Huizinga meubel te spijkeren). Het is om die vervalsingen te kunnen ontmaskeren maar ook en vooral om meubels uit de periode voordat Huizinga ertoe overging ze van een merkplaatje te voorzien, ze ook op ándere kenmerken aan hem toe te kunnen schrijven.

 

Eén van die kenmerken is de gebruikte houtsoort. Van welke soort die ook is (eiken, grenen, mahonie, palissander en andere), ze is altijd van topkwaliteit. Huizinga ging alleen voor het allerbeste hout. Zonder uitzondering verkeren alle meubels -bij normaal gebruik en redelijk onderhoud- ook na honderd jaar nog in uitstekende conditie.

 

Een ander kenmerk is de degelijkheid van de constructie. Elk meubel lijkt gemaakt te zijn om de eeuwen te kunnen trotseren. Van een eenvoudig keukenstoeltje tot een comfortabele fauteuil en van een sober theekastje tot een kloek uitgevoerde Hollandse kast: er zit -ook na decennia intensief gebruik- geen enkele beweging in de constructie. Uniek voor de meubels van Huizinga is de verwerking van bodemplaten van laden en de achterkant van kasten. Om krimpen en wijken als gevolg van temperatuurverschillen tegen te gaan, zijn aan de buitenzijdes van de houtdelen kleine sleuven gemaakt. Schroeven houden de plaat of platen op zijn plaats, waardoor er nooit een kier kan ontstaan. Een bijzondere methode die je alleen bij Huizinga-meubels tegenkomt.

 

 

 

Een derde kenmerk is de verfijning van de afwerking, de aandacht voor het detail. Over alles is nagedacht, niets lijkt aan de aandacht van de ontwerpers te zijn ontsnapt, ongeacht in welke stijl het meubel is ontworpen (wat overigens ook geldt voor interieurbetimmeringen, schoorsteenmantels, deuren, deurstijlen en wat dies meer zij).

 

Een vierde kenmerk is de aanwezigheid van zogenaamde 'ontluchtingssleuven' in lades van nachtkastjes. Antiquair en kenner van Huizinga-meubilair Erik Boerma is deze sleuven nog niet tegengekomen in andere dan Huizinga-nachtkastjes. De sleuven zitten aan de bovenzijde van de achterwand van de lades en zijn waarschijnlijk bedoeld om ze soepeler dicht te laten gaan. De lucht die zich bij het sluiten in de lade vormt, kan er via de sleuf uit, omdat de weerstand sterk wordt verminderd. Tegenwoordig lopen lades meestal over rails, wat ontluchtingssleuven overbodig maakt.

De reden waarom ze alleen in lades van nachtkastjes zijn aangebracht, kan liggen in het feit dat de grootte van de lades maakt dat ze meestal in een snelle beweging worden gesloten. Iets wat niet het geval is bij relatief grote lades van bijvoorbeeld een dressoir (die bovendien met twee handen worden gesloten). De snelle beweging zorgt ervoor dat de lucht plotseling wordt 'gevangen' in de lade en dientengevolge weerstand biedt bij het sluiten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een vijfde kenmerk is het gebruik van het sluitwerk. Als illustratief voor de aandacht voor het detail staan de sleuven van de schroefkoppen altijd in rechte lijn met het slot. Staan ze dat niet, dan weet je dat het slot ooit gedemonteerd is.