Meubelfabriek ,,NEDERLAND''

J.A.HUIZINGA

Westersingel - Groningen

Niettemin maakt vader Juriaan zich dus ernstig zorgen over de toekomst van zijn zoon. Het is zijn enige zoon en die is -ook weer volgens de dan geldende conventies- voorbestemd zijn vader in diens voetsporen te volgen. Niet als houthandelaar of eigenaar van een houtmolen- en zagerij, maar in eerste instantie als meubelmaker. Uit latere brieven van Jacobus uit Frankrijk blijken de ambities van zijn vader echter verder te gaan en is er bij herhaling sprake van een directeurschap en/of eigenaar van een fabriek. Het is vertederend -en tegelijk een beetje sneu- om te lezen hoe Jacobus onder die aandrang van zijn vader uit probeert te komen, zijn twijfels uit over diens voorstellen en aanbevelingen en de beslissingen daarover telkens voor zich uit schuift.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit een brief van 18 maart 1888 uit Parijs (amper twee jaar dus voordat Jacobus zich als meubelfabrikant zal vestigen in Groningen): (...) 'Voordat ik echter van Parijs ga wil ik nog eens een paar weekjes snuffelen en zoeken of ik ook nog iets kan vinden dat beter is dan meubel maken. Onder de duizenden verschillende middelen van bestaan zal er toch ook wel iets geschikt voor mij te vinden zijn?' (...) [einde citaat].

 

Uit een brief van 30 april 1888 uit Parijs: (...) 'C. schrijft: Ik zou willen dat je hier kwam voordat je verder gaat. Doch de afstand is te groot. Wat geeft het als ik nu al eens in Groningen kom? En toch nog niets weet om door de wereld te komen. Als ik iets wist om door de wereld te komen, ik geloof ik zou dadelijk mijn rommeltje pakken en terug keren. Nu echter eerst nog maar wat reizen en trekken, van de ene plaats naar de andere.' (...) [einde citaat].

 

 

Parijs, maart 1888.

Zelfportret Jacobus Huizinga. Potlood op papier.

 

Klik op de foto voor een vergroting.

Over het karakter van vader Juriaan valt niet méér te achterhalen dan wat Jacobus daarover schrijft in zijn brieven. Uit die correspondentie komt in ieder geval een man naar voren die de lat voor zijn zoon hoog wil leggen. Mogelijk dat die ambitie gevoed is door familieleden die 'het gemaakt hebben' en maatschappelijk aanzien genieten, en dat Juriaan daar met zijn enige zoon niet bij achter wil blijven. In ieder geval is er bij de jonge Jacobus van een dergelijke ambitie weinig te merken, maar lijkt dat streven toch vooral door zijn vader te worden gevoed. Het succes van de meubelfabriek 'Nederland' toont aan dat het 'zaaigoed' van de vader bij de zoon uiteindelijk wortel heeft geschoten en dat de schoolmeester van zijn kinderjaren er in zijn oordeel faliekant naast zat.

Wordt vervolgd...

<<-< pagina 5 >->>